Geplaatst op Geef een reactie

Voorbeeld gesprek: toewerken naar een doel

In het onderstaande gesprek krijg je ideeën voor vragen die je als coach kan stellen. De C geeft aan dat de coach spreekt, de X dat de cliënt/patiënt spreekt.
Het eerste gesprek is een standaard gesprek zoals dat vaak voorkomt. Daarna volgt een tweede versie waarbij de cliënt veel meer geactiveerd wordt.

Veel voorkomend:

C: Je gaf aan dat je graag meer energie wilt hebben.
X: Ja, klopt.
C: Wat ga je dan doen om meer energie te krijgen?
X: Nou eh… ik denk dat ik dan meer moet gaan sporten.
C: Hoe vaak dan bijvoorbeeld, en wanneer?
X: Nou, ze zeggen volgens mij dat je dan twee of drie keer per week moet gaan.
C: Hoeveel sport je nu? En wat voor sport doe je?
X: Ik probeer op dinsdag en donderdag naar de sportschool te gaan, maar meestal lukt de donderdag niet.
C: Oké, dan zit je nu dus op één keer per week. Hoe ga je zorgen dat dat drie keer wordt?
X: Nou, gewoon met mezelf afspreken lijkt me.
C: Maar hoe zorg je dan dat het ook echt lukt?
X: Tja, eh… dat weet ik niet zo goed.
C: Want anders blijft alles zoals het nu is.
X: Ja, eh… Ja.
C: En dat wil je niet.
X: Nee, eh… Nee.
C: Dus wat ga je dan doen?
X: Ja, echt drie keer per week sporten dan dus.

De cliënt/patiënt activeren:

C: Je gaf aan dat je graag meer energie wilt hebben.
X: Ja, klopt.
C: Waar zou je dat aan merken, dat je meer energie hebt?
X: Ik denk dat ik dan ’s avonds nog energie zou hebben om iets leuks te doen. Nu plof ik meestal op de bank voor de tv en gebeurt er niet zoveel meer.
C: Wat zou je dan gaan doen als je wel energie hebt, denk je?
X: Ik zou vaker met vrienden willen afspreken en mijn hobby weer willen oppakken. En ik zou elke week twee keer willen gaan sporten, want daar heb ik nu ook de fut vaak niet voor. Terwijl ik weet dat ik er energie van krijg als ik het wél doe.
C: Hoe zou dat voelen, als je die dingen weer kon doen ’s avonds?
X: Ja, heel fijn! Dan zou ik me niet meer zo uitgeblust voelen. Het idee hebben dat ik weer een beetje leef!
C: Mooi zeg. (glimlach, wacht)
X: Nu ik dat zo zeg, lijkt het eigenlijk of de dingen die ik wil gaan doen als ik meer energie heb, ook de dingen zijn waar ik juist energie van kríjg.
C: Dat zou inderdaad best kunnen. Waar krijg je de meeste energie van, denk je?
X: Ik denk van de combinatie. Dus dat ik elke week een keer ga sporten, een keer creatief bezig ben ’s avonds en een keer iets met vrienden doe.
C: (wacht af)
X: Dat sporten doe ik meestal al. Maar creatief bezig zijn helemaal niet en met vrienden ook niet standaard.
C: Welke van die twee zou je nu het liefste als eerste oppakken?
X: Ik denk dat creatief bezig zijn, want dat kan gewoon thuis en ik hoef er niets voor te regelen want de spullen heb ik gewoon.
C: Wanneer zou je het voor het eerst willen doen dan?
X: Ja, morgenavond. Dan heb ik verder niks.
C: Hoe zou je het jezelf dan gemakkelijk kunnen maken om morgenavond creatief aan de slag te gaan?
X: Dan moet ik het morgenochtend vast klaarleggen, voor ik naar mijn werk ga. En tegen mijn partner zeggen dat ik dat van plan ben, zodat die het ook al weet.
C: Klinkt prima. Heb je verder nog iets nodig nu, om dit te gaan doen?
X: Nee, het is eigenlijk heel makkelijk.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

11 − acht =